Al meer dan 30 jaar herdefinieert Taylor wat gitaristen mogen verwachten van een goede akoestische gitaar. Ze waren de eersten die een echte hals aanboden die ondanks de stalen snaren toch zeer comfortabel te bespelen was, ontwierpen het beste ingebouwde elektro-systeem met het Expression System, en blijven innovaties toegankelijk maken die vroeger uitsluitend voorbehouden waren aan luthiers, zoals de Armrest comfort-cut op de nieuwe Academy-serie. De Academy-modellen worden trouwens geproduceerd in Tecate, Mexico, en het is precies deze fabriek die we mochten bezoeken tijdens onze trip naar de NAMM. Volg de gids!

Ongeveer vijftig kilometer scheiden de Californische fabriek in El Cajon van de Mexicaanse fabriek in Tecate. Amerikaanse werknemers kunnen dus gemakkelijk heen en weer reizen: de route loopt via goed aangelegde bergwegen en de grensovergang is veel kleiner dan die van Tijuana. In Tecate is de doorgang vlotter en hoef je zelden lang te wachten op een visum, zeker niet als je Amerikaan bent. Sleutelfiguren zoals Andy Powers, de nummer drie van Taylor en meesterluthier die alle nieuwe producten superviseert, maken de rit één à twee keer per week. Het is dan ook Powers die ons ontvangt voor de rondleiding. We zijn met een vijftiental journalisten uit de hele wereld verzameld in El Cajon (waar de Amerikaanse fabriek van Taylor staat, vlak bij San Diego), vanwaar een bus gehuurd is om ons naar de andere kant van de grens te brengen. Gitaarliefhebbers die de kans krijgen om de fabriek in Tecate te bezoeken zijn zeldzaam, aangezien deze niet openstaat voor het publiek, in tegenstelling tot El Cajon waar dagelijks georganiseerde tours plaatsvinden en zelfs een souvenirwinkel te vinden is waar je een T-shirt of een GS Mini kunt kopen. Dat we hier welkom zijn én Powers als gids hebben, is dus een dubbel privilege. Powers is de typische Cali-bewoner: een begenadigd muzikant (hij heeft jarenlang als begeleider gewerkt), surfer, uitvinder, tuinier en vooral een uitzonderlijk luthier. Hij leidde persoonlijk alle grote projecten van het merk in de afgelopen vijf jaar, van de lancering van de Grand Orchestra in 2013 tot de GS Mini Bass in 2017, en de herziening van de 600-, 800- en 900-series.

De babyfabriek

De fabriek in Tecate stelt vierhonderd mensen te werk, maar het personeelsbestand verandert regelmatig door de nabijheid van de grens. Aan de Amerikaanse kant liggen de lonen tien keer hoger, en velen proberen dus de oversteek te maken. Wie slaagt, moet vervangen worden. Toch is het verloop minder groot sinds de werknemers afwisselende taken krijgen, om verveling tegen te gaan die ontstaat bij repetitief werk. De fabriek is enorm, met een productieoppervlak van zo’n 10.000 vierkante meter. In tegenstelling tot El Cajon, dat verdeeld is over meerdere gebouwen (een gevolg van de geschiedenis van het merk, dat telkens uitbreidde met annexen), werd Tecate in de jaren 90 in één geheel gebouwd, toen Mexico vooral verantwoordelijk was voor de bestseller van het merk: de Baby Taylor. De Baby blijft er een belangrijk product, maar ook de GS Mini spreekt reizende gitaristen aan. Verder worden in Tecate ook de Academy-serie, de 100– en 200-series gemaakt. In totaal verlaten dagelijks 550 instrumenten de fabriek, tegenover slechts een honderdtal in El Cajon.
Stille composieten
De fabriek is indrukwekkend schoon: grote afzuiginstallaties in het plafond voorkomen dat de vloer onder de houtspanen komt te liggen, en de vuilste taken worden geconcentreerd op enkele specifieke plekken. Net als in El Cajon voeren de machines de hoofdrol en is het aantal CNC-lasersnijcabines bijzonder indrukwekkend. Taylor was pionier op dit gebied en ving destijds veel kritiek van puristen die dit als een ontmenselijking van het productieproces zagen, maar ondertussen werken alle fabrikanten op dezelfde manier: de mens blijft ingeschakeld voor de meest artistieke en minst repetitieve taken. Het algemene geluidsniveau is opvallend laag, geen toeval: de luidruchtigste machines zijn geïsoleerd, wat voor een aangenamere werkomgeving zorgt. De gitaren die hier gemaakt worden, hebben zijkanten en achterbladen uit twee lagen composiet. Multiplex vormt de basis, met daarboven een laag mahonie, palissander of walnoot. Volgens Andy Powers bespaart dit procedé grondstoffen en zorgt het ervoor dat de klank eerder bepaald wordt door de bouwmethode dan door de houtsoort. Met andere woorden: men kan zo dichter bij het geluidsidee van de ontwerper blijven, zonder variaties door de kwaliteit van het hout. Walnoot wordt steeds vaker gebruikt bij de GS Mini en de 100-serie in plaats van palissander, omwille van nieuwe wettelijke beperkingen op de import van dat hout.

Hout op reis

Hout is nog een andere reden voor de aanwezigheid in Tecate. De volledige houtvoorraad van het merk wordt in Mexico gedroogd en geacclimatiseerd, om een eenvoudige reden: hier worden veel meer gitaren geproduceerd, dus is het logischer dat het hout zich hier bevindt in plaats van in El Cajon. De Californische fabriek ontvangt dus regelmatig zijn sparrenhout, mahonie, esdoorn, koa en ebben vanuit Tecate, evenals alle verstevigingen. Omgekeerd worden alle halzen in El Cajon gemaakt en vervolgens naar Tecate gebracht. Geen enkele Taylor wordt dus volledig in één fabriek gebouwd: de mix tussen de twee vestigingen is uiterst rationeel en efficiënt georganiseerd. Amerikaanse werknemers spreken daarom vaak van één fabriek met twee gebouwen, gescheiden door 45 minuten rijden. De grenzen zijn vaag, en des te meer waardeer je de prijs van een GS Mini of een Academy wanneer je dit weet. In diezelfde logica worden alle Taylor-modellen, ook de goedkoopste, voorzien van ebbenhouten toets. Dit materiaal is duurder dan de composietalternatieven die bij concurrenten gebruikt worden, maar het algemene proces wordt er efficiënter door: het merk gebruikt ook de minder esthetische stukken hout in plaats van ze weg te gooien, wat perfect past in hun duurzaamheidsfilosofie.
Mysterieuze koffers
Maar Tecate produceert niet enkel gitaren: alle koffers en hoezen van het merk komen uit Mexico. Nog vóór deze fabriek bestond, maakte Taylor al eigen koffers, om dezelfde reden waarom ze hun eigen elektro-systeem en halsverbinding ontwikkelden: ze vonden niet wat ze zochten in het bestaande aanbod. Door hun koffers zelf te produceren zijn ze minder afhankelijk van een externe leverancier, kunnen ze een hogere kwaliteit garanderen en krijgen gitaristen een accessoire dat ze nergens anders vinden. Een aanzienlijk deel van de fabriek in Tecate is aan deze activiteit gewijd. Het proces lijkt aanvankelijk sterk op dat van de gitaarproductie: het hout dat de basis vormt van de koffer wordt gesneden en daarna met vinyl bekleed voor het uiteindelijke uiterlijk. Dit vinyl wordt op een grote lasersnijmachine verwerkt. De laatste stap bestaat uit het verlijmen van fluweel aan de binnenkant, rechtstreeks op het hout. Voor fans van het merk is dit deel van de fabriek bijzonder boeiend, want talloze prototypes van hoezen, tassen en koffers hangen er aan de muren en laten ons dromen over de gitaarprototypes waarvoor ze ooit gemaakt werden. Zo zien we bijvoorbeeld een logo “GS Mini Deluxe” op een halfharde koffer. Andy legt ons uit dat dit een luxueuzere versie van de GS Mini was die uiteindelijk niet in productie ging, omdat de hoge prijs de filosofie van de serie – toegankelijkheid voor iedereen – tegensprak. Taylor is geen merk dat zomaar nieuwigheden uitbrengt om in de belangstelling te staan, en precies daarom zijn ze vandaag de grootste fabrikant van akoestische gitaren ter wereld.


